dinsdag 30 juni 2026

1. Inleiding



“Dit is eigenlijk onze enige morele taak: in zichzelf grote vlaktes van rust ontginnen, steeds meer rust, zodat men deze rust weer uitstralen kan naar anderen. En hoe meer rust er in de mensen is, des te rustiger zal het ook in deze opgewonden wereld zijn.”


Uit: Het Het Verstoorde Leven

Etty Hillesum



1. Inleiding


Er was een tijd ervoor en erna. Zeventien jaar had de tijd ertussen geduurd. Brandstof om het vol te houden was… Liefde. 

Maar nu…, het heden…, voelt bij tijd en wijlen als... niets meer. 

Zeventien jaar zorg voor een dochter die haar hele leven ernstig ziek was, het lijkt wel of dat ook ons leven was, en nu… over is.


Het leven wat eraan vooraf ging was een voorbereiding. Banen in respectievelijk de techniek – bacteriologie – onderwijs – paramedische hoek. Dat bleek een goede basis voor wat er volgde; palliatieve mantelzorg bieden in een aangepast ziekenthuisje, medische apparatuur, personeel, allerlei (laboratorium)technische trucs en tricks. Overeind blijven tussen hectiek en zorgen!


Och, ook deze mantelzorger had ooit zijn jeugd (met broer tussen eigenaardige volwassenen) beleefd, een samengesteld ingewikkeld gezin, school, voorzichtige toenadering tot meisjes, dansen op muziek in die heftige jaren zestig. Dan,... vrouw, hondje-boompje-beestje-kindjes, sport, werk en avondstudie. Een gewoon leven toen eigenlijk, toch? En wie was er vervolgens niet ‘druk-druk-druk’?! 

Er kwam ook nog een nakomertje, iedereen blij in het gezin. De twee zonen verheugden zich op spelen met het nieuwe kleintje erbij. Maar de  progressieve ziekte die zij na een jaar bleek te hebben deed het hele leven drastisch veranderen. Bij mezelf de twijfel, of ik voortaan het zorgen en verplegen wel ín me zou hebben, potverdikkie, hoe zou dat moeten, ik zat in het tweede jaar van de HBO avondopleiding Verzorging – Gezondheidskunde, naast een full-time baan! Gaf daartoe al les op school met veel nakijkwerk. Maar al spoedig werd dat bijzaak en kwamen er uitdagingen om pessimistische prognoses van de artsen te gaan logenstraffen. ‘Moeilijk leven voor Fleur – vroeg overlijden’? Dat zouden we dan nog weleens zien’! De rest werd bijzaak. En wanneer dan uiteindelijk je allergrootste liefde (pas) na zeventien jaar overlijdt, wat staat er dan verder nog te doen op aarde? Ongemerkt was er al seniorenleeftijd bij me ingetreden. Er was te concluderen dat de zeventien jaar durende (levens)missie, waarschijnlijk de zwaarste en belangrijkste van m’n leven, voor Fleur goed volbracht was. Daar was weinig op af te dingen, we waren ermee tot het uiterste gegaan. Bij mij waren er wel ‘schrammen, builen en littekens’ achtergebleven, die lieten zich bijna iedere nacht gelden. Hooggevoelige oplettendheid van de afgelopen zeventien jaren bleef áán staan, ook toen ze er niet meer was. Op stagnatie van haar ademhaling en voortgang van de voedingspomp letten via de intercom, die toen op onze slaapkamer een draadloze verbinding met haar slaapkamer had. Feitelijk hoefde dat nu niet meer, toch?! De stekker eruit maar we bleven 'm nog horen!

Héé mantelzorger, wordt eens mantelzorger voor jezelf, waar is sportieve eigen levenslustige ademhaling, soepelheid en flow in jouw leven gebleven? Hoe voelde ooit ‘ergens warm voor lopen’ ook alweer? Het is zoeken. Je bent nog steeds handig zeggen ze, dus ik klus hier en daar wat als vrijwilliger. Voor anderen wat kunnen betekenen, heb daar tegenover op mijn beurt ook wel behoefte aan wat sympathie en gemoedelijkheid ‘scoren’. Tussen de klus door bakje thee, even bijpraten, omzien naar elkaar, ook richting mij. Dus geen vrijwilliger bij grotere organisaties, want dat voelt als gratis werknemer zijn met de verantwoordelijkheid en dienstrooster van iemand gewoon in loondienst. Nee, geen harteloze zakelijkheid meer alsjeblieft. Liever een klusje doen voor kennissen en dierbaren die met jouw hulp op hun eigen stek kunnen blijven wonen, met wie je vriendschappelijk ook elkaars levenspad deelt. Dat kan ver gaan; zoals die vriend die op zijn sterfbed vroeg of ik wilde blijven komen klussen voor zijn vrouw, want ze ging weduwe worden. En of ik ook wilde spreken op zijn uitvaart. Wat een Heilige onuitwisbare contacten waren en zijn dat!


Dochterlief heeft in ons eigen ziekenthuisje, waar ze uiteindelijk in haar eigen kamertje opgebaard lag, levenswijsheid achtergelaten. Haar broer, deed achter de kanselmicrofoon als spreker bij haar uitvaart ook een duit in het zakje; ‘dank Fleur, dat ik bij jou, onbevooroordeeld, wel altijd mocht zijn wie ik ben’! Inderdaad, haar ogen, haar invloed, aller ego in de ban, zin van onzin onderscheiden, afstand doen van de maatschappelijke en commerciële mallemolen, van de algemene kudde buiten ons ziekenthuisje. Ik hoop niet dat ik nu te veel generaliseer, maar Fleur gaf ons een breder perspectief.


Zware jaren waren het; het ‘uitgerekte elastiek’ komt maar moeilijk terug. De mentaal veilige marge van nieuw, deukvrij geestelijk-fysiek functioneren blijft gezoek. Toen in de zorg waren adrenaline tegenover endorfine mijn drijfkracht, hoe vind ik daar mijn innerlijk wezenlijke flow in plaats voor terug achter het somberen, slaapproblemen en (reumatische) pijnen? Vandaar geen activiteiten met verantwoordelijkheden, deadlines en geclaim. Dan maar achter de geraniums op herstel gaan zitten wachten? Of toch de al uitgevlogen kinderen (zonen) helpen met, verhuizingen, klussen in huis, in het kersverse bedrijf van de jongste? Lichamelijke en geestelijke signalen van ongemak zijn snel ondergeschikt omdat je de druk voelt om (weer!) alles voor je ‘eigen vlees en bloed’ te willen doen. Zij hebben de grenzeloze ‘bemoeizorg’ en hulp, vanuit liefde en verantwoordelijkheid van hun ‘reddende’ vader nog vers in hun geheugen. Als ik er niet stuk aan wil gaan dan zul je duidelijk moeten aangeven dat je een senior (met onzichtbare onderhuidse littekens en pijnpunten) bent en niet steeds klaar moet- en kan staan. Er zit slijtage op de Feniks die steeds, half afgebrand, zich opnieuw oprichtte, ‘herleefde’ en weer een nieuw ei legde! O, er zijn genoeg boeken (die ik uit heb) over hoe mooi de herfst van een mensenleven kan zijn. En inderdaad, de ijdele godsvlam die me ooit tot sport, werken, ondernemen, liefde en ontspanning dreef is nog ergens van binnen te voelen als (waak)vlam lichtje.


Er is een tijd vóór die zeventien jaar en een tijd ernà. Leven nu is eigenlijk de herinnering, en het zoeken, naar die oude voldoeningsprikkels van ooit. Nee, ervoor ging alles ook niet altijd van een leien dakje, maar waren er nog wel zomaar ‘gratis’ geluksfladders te scoren die me aanvlogen. Nu moet er ‘onderweg’ gesprokkeld worden. Het modewoord ‘depressief’ gaat geloof ik niet op, want dan is zelfs de hoop verdwenen, toch? Rauwe rouw? Of tóch depersonalisatie, derealisatie, dysthemie? Ik ben niet zo’n loper naar hulpverleners, liever zoek ik cursussen – workshops – mijn manier van leven wat er nu bij  past. Maar het zelfbewustzijn, het ik, lijkt op een dwarrelend stofje, zo nietig dat je er geen verbinding, geen liefde bij voelt voor hetgeen wat er allemaal om je heen gebeurt? Dat is niet goed. Ik zal me moeten bevrijden uit de beklemming van mantelzorgen, het enorm intensieve leven rond een zieke dierbare, voor wie wij in ons ziekenthuis de zijden dunne draadjes waren waaraan ze hing. Niets kon mij méér voldoening geven dan die draadjes steeds weer vastknopen, maar dat is geweest! 

Die jaren lijken nu het hele leven geweest te zijn, waar het met die plenty leerzame banen als voorbereiding, allemaal om begonnen was. Nodig voor de aardse missie van godin Fleur waarin ze ons en anderen alle liefde is komen brengen. En kon komen halen!


Nu voelt het ‘gewone leven’ nog niet als hét nieuwe leven. 

In maantermen,... het is nu laatste kwartier. Dan weer nieuwe maan – eerste kwartier- volle maan?!  Die is toch ook altijd eeuwig weer aan de hemel herrezen?! Zie wel…, hoop!


Zeer binnenkort: 2. Fleur

1. Inleiding

“Dit is eigenlijk onze enige morele taak: in zichzelf grote vlaktes van rust ontginnen, steeds meer rust, zodat men deze rust weer uitstrale...